ONTSTAAN

ONTSTAAN: Woord van de oprichter

Toen ik in 1964 als derde zoon van veearts en eregemeenteraadslid Emiel Van Assche en apotheker Wivinne Decaestecker werd geboren, konden mijn ouders niet vermoeden dat ik na 14 dagen in het ziekenhuis zou belanden en deze opname de rest van mijn leven zou beïnvloeden.

Ik zou niet alleen met een fysische beperking door het leven gaan, maar ook mijn schooltijd verliep niet zoals elke ouder het zich zou wensen. Ik heb namelijk een deel van mijn schoolloopbaan in het buitengewoon onderwijs afgelegd.

Als ervaringsdeskundige, heb ik altijd getracht om op eigen initiatief of in een samenwerkingsverband de verschillende aspecten van het leven van personen met een beperking, onder de aandacht te brengen van de ruimere samenleving. Zo heb ik mijn eindwerk voor de opleiding maatschappelijk assistent over de weinig renderende in de beschutte werkplaats geschreven.

Dit was nog maar het begin.

Na mijn opleiding werd ik lid van de programmacommissie ter voorbereiding van het (Europees) forum rond de integratie van gehandicapte personen, bij de Koning Boudewijn stichting. In 2011 heb ik mijn postgraduaat diversiteitsmanagement aan de KUL behaald. Mijn scriptie kreeg de titel 'Hoe kan een lokale investering in toegankelijkheid een investering in de toekomst zijn?’

Vandaar dat ik durf stellen dat de idee van het TolBo-project niet is ontstaan uit dagdromerijen maar uit de praktijk. Een praktijk van mensen (met en zonder beperking) die samen concreet iets willen doen aan integratie. Mensen die er gewoon willen bijhoren en met elkaar hun doen en laten willen delen.

Voor ons is integreren een werk-woord en een opgave waar dagdagelijks, door ieder van ons, moet aan gewerkt worden. Immers, de levenskwaliteit van mensen met een functiebeperking wordt, net als voor elke andere burger, sterk bepaald door de mate van participatie aan het maatschappelijk leven. Het gaat dan bijvoorbeeld over comfortabel wonen, gaan werken, een zinvolle vrijetijdsbesteding, zich vlot kunnen verplaatsen, een voldoende inkomen hebben, enz. Wetende dat ieder van ons gaven en beperkingen heeft, moeten ook de talenten van mensen met een beperking meer dan ooit maatschappelijk benut worden en hun beperkingen dienen zoveel mogelijk weggewerkt te worden. Dit kan gaan van het aanbieden van handicapcompenserende maatregelen tot er voor te zorgen dat het hebben van een handicap van bij aanvang van een bouwproject, het organiseren van een manifestatie,... automatisch wordt verwerkt.

Naar ons oordeel heeft zowel de lokale als bovenlokale overheid hierin een belangrijke rol te vervullen. Zo moeten soms drempels letterlijk worden weggewerkt en is het voor personen met een handicap en hun netwerk niet evident om pasklare antwoorden te vinden op de vele vragen die er leven.

Het lijkt evident dat lokale besturen die toegankelijkheid hoog in het vaandel dragen, aandacht hebben voor en/of gebruik maken van het diverse aanbod dat hogere overheden bieden. De realiteit is echter vaak anders. Vele lokale besturen maken gebruik van dergelijke ondersteuning wanneer de druk van het maatschappelijke middenveld voldoende groot is, de beleidsmakers zelf betrokken zijn en/of er van nabij mee geconfronteerd worden of de financiële stimuli opwegen tegen de gevraagde 'inspanning'.

Immers het merendeel van de westerse samenleving, waaronder lokale beleidsmakers, denken bij het begrip 'toegankelijkheid' vaak enkel aan de fysische toegankelijkheid voor personen met een rolstoel, een visuele beperking, ... . Echter, vertrekkende van de begripsomschrijving van VN-verdragen, is iedereen van ons 'betrokken partij' of kan het worden.

Ondanks vele diversiteitsplannen lijkt de deelname van personen met functiebeperkingen aan het gemeentelijke leven beperkt te zijn. De toegankelijkheid is op veel domeinen nog niet gerealiseerd voor deze doelgroep. Om hieraan te verhelpen, werd recent de vereniging TolBo opgericht.

Door het aanbieden van een referentiekader en het geven van goede voorbeelden hoe een inclusief en toegankelijk beleid zou moeten zijn, hopen wij dat ieder van ons er zich van bewust is dat de zorg voor een toegankelijke samenleving een opdracht voor allen is.

Tekst: Mark Van Assche